20-09-08

Jan Klaps

Leonardus Joannes (Jan) Klaps, echtgenoot van Helena Paredis, overleed op 12 maart 2008. Jan werd geboren te Maaseik op 5 februari 1922 en was landbouwer van beroep. Hij woonde in de Neerhovenstraat 73 te Meeuwen-Gruitrode en is thuis zachtjes ingeslapen. Het gezin Klaps-Paredis had 6 kinderen.

Onze oprechte deelneming aan de familie.

Klaps Jan, 05.02.1922-12.03.2008

http://www.inmemoriam.be/detail.asp?id=87872

 

20:39 Gepost door Luc Klaps, Genk in Overlijdens | Permalink | Commentaren (0) |  del.icio.us |  Facebook |

Fenne Klaps

Fenne Klaps werd geboren op 7 april 2007 te Genk en is de dochter van Jo Klaps, geb. 20 april 1977 te Bree, en van Sara Swennen, geb. 25 maart 1980 te Neerpelt.

Een laat maar toch hartelijk proficiat aan de ouders.
Zij bezorgden ons deze mooie vakantiefoto van Fenne.

Klaps Fenne, geb. 07.04.2007

19:56 Gepost door Luc Klaps, Genk in Geboorten | Permalink | Commentaren (0) |  del.icio.us |  Facebook |

06-09-08

Graffiti Klaps

Help keep Santa Cruz County a beautiful place to live. Join the efforts of the Volunteers Center's Graffiti Removal Project and make your neighborhood, "graffiti free" through our Project Neighborhood Pride Program.

Ondanks dit anti-graffitiproject kunnen wij u vanuit Watsonville, Santa Cruz County, California twee prachtige KLAPS graffitiekunstwerken aanbieden.

Klaps graffiti 1 klein 


Klaps graffiti 2 klein

Klikken op de graffiti brengt u naar een grotere foto zodat u deze kunt gebruiken als achtergrond voor uw bureaublad.

(c) All rights reserved by santa cruz graffit0's photostream

22:33 Gepost door Luc Klaps, Genk in Wie, wat Klaps? | Permalink | Commentaren (0) |  del.icio.us |  Facebook |

03-09-08

Clapp’s Favorite peer

Bekend en gegeerd onder de naamgenoten Klaps is zeker de zogenaamde Klaps peer (Clapp's peer). Maar helaas, deze Clapp's peer heeft helemaal niets te maken met onze familie Klaps maar is zowaar toch half Vlaams.
Hier het verhaal van deze lekkere peer...

Clapp's Favorite peer (k)

De pyrus communis 'Clapp's Favorite' werd in 1860 gekweekt door Thaddeus Clapp (11 mei 1811-10 juli 1861) uit Dorchester, Massachusetts, U.S.A. Thaddeus was het derde kind en tweede zoon van William Clapp, geboren te Willow Court, Dorchester op 3 maart 1779, met Elisabeth Humphreys.

Clapp’s Favorite is de eerst oogstbare peer van het fruitseizoen die vanaf midden augustus kan geplukt worden. Het vruchtvlees is fijn smeltend, heerlijk sappig, zoet en met een aangename geur maar een beetje flauw van smaak. Door deze eigenschappen en omdat deze peer slechts enkele weken houdbaar is, wordt ze meestal als dessert- of als stoofpeer gebruikt.

Thaddeus Clapp kweekte, samen met zijn broers Frederick en Lemuel Clapp, deze peer in de familieboomgaarden door kruising van de Flemish Beauty Pear met de Bartlett. De "Clapp's Favorite Pear" wordt sedert 1867 verspreid, en leverde dankzij de grote populariteit een aanzienlijk inkomen voor de familie op. De peer wordt in Duitsland Clapps Liebling genoemd.

Edward Everett Square Pear

Op het Edward Everettplein te Dorchester, slechts een paar blokken vanwaar Thaddeus de Clapp's Favorite heeft gekweekt, staat een reusachtige bronzen peer, gemaakt door kunstenares Laura Baring-Gould uit Sommerville (The Boston Globe, 10 juni 2007).

Op de website van het Dorchester Atheneum staat zeer uitgebreid The Clapp Family genealogy. Thaddeus Clapp is een afstammeling van Nicholas Clap, geboren in Engeland in 1612, als vierde zoon van Richard Clap en van Sarah Clap (zus van Roger Clap, verder). Nicholas Clap emigreerde rond 1633 van Old England naar New England samen met zijn broer Thomas, later volgde ook zijn broer John nog. Zijn neef Roger Clap was drie jaar zijn 'senior' en was zonder twijfel de persoon die hem adviseerde en aanmoedigde de grote stap naar de nieuwe wereld te ondernemen. Roger Clap was samen met de andere passagiers van het schip "Mary and John" bij de eerste stichters van Dorchester, die er zijn aangekomen rond 17 juni 1630.

De spelling van de naam Clap wijzigde in Clapp rond de jaren 1800, alhoewel ook beide spellingen nog later voorkomen, zelfs binnen dezelfde familie.

18:21 Gepost door Luc Klaps, Genk in Wie, wat Klaps? | Permalink | Commentaren (0) |  del.icio.us |  Facebook |

02-09-08

von Planker-Klaps

Tijdens onze speurtocht op het internet kwamen we een aantal keren de naam von Planker-Klaps tegen, vooral op Oostenrijkse websites.

De naam Klaps komt ook nu nog veel voor in de regio Wenen (Wien), Oostenrijk. Van enkele begraafplaatsen in Wenen hebben we o.a. alle gegevens op de zerken met de naam Klaps genoteerd. Hierover wordt in een apart artikel aandacht besteed (later).

Sophie von Planker-Klaps was het kamermeisje van kroonprinses Stephanie van Oostenrijk en schreef later "Erinnerungen der Kammerfrau der Kronprinzessin, Sophie von Planker-Klaps, an die Katastrophe".

Aarsthertog Rudolph

Kroonprins Rudolf van Oostenrijk huwde op 10 mei 1881 met Stephanie, de dochter van Leopold II van België. Samen kregen zij in 1883 een dochtertje, aartshertogin Elisabeth Marie, ook wel “Erzsi” genoemd.

Foto: Verloving van Aartshertog Rudolph

Het huwelijk was aanvankelijk gelukkig maar dat veranderde al snel toen bleek dat de kroonprins geenszins van plan was zijn losbandige leven op te geven.

Op 30 januari 1889 vermoordde de 30-jarige kroonprins, de enige zoon van keizer Franz Joseph I en keizerin Elisabeth, zijn 17-jarige geliefde barones Marie von Vetsera op het jachtslot Mayerling, in de buurt van Alland, in Neder-Oostenrijk (ten zuidwesten van Wenen), en pleegde daarna zelfmoord. De lichamen van beiden werden de volgende dag gevonden door graaf Jozef Hoyos en graaf Filips van Saksen-Coburg-Gotha, jachtvrienden van de kroonprins. Graaf Hoyos reisde meteen naar Wenen om de keizerin op de hoogte te stellen. In eerste instantie was zijn lezing dat Marie Rudolf vergiftigd had, en daarna zichzelf. Elisabeth moest het bericht vervolgens overbrengen aan haar man. Rudolfs zuster, Valerie, die bij dit alles aanwezig was, schreef in haar dagboek: "Elastisch tritt er (Frans Jozef) ein, gebrochen, gesenkten Hauptes verläßt er das Zimmer". De keizerin liet vervolgens de vriendin van de keizer, Katharina Schratt komen, omdat zij de enige was die de keizer op dit moment tot steun kon zijn. Door sommigen werd erover getwijfeld of er sprake was geweest van moord of zelfmoord, de liberaal gezinde kroonprins had namelijk voldoende tegenstanders. De zelfmoord was evenwel evident. Zowel Marie als Rudolf lieten afscheidbrieven achter. Rudolf schreef er een aan zijn vrouw en een aan zijn moeder. Die laatste brief is niet bewaard gebleven. Toen eenmaal vaststond dat hij zelfmoord had gepleegd, moesten artsen een verklaring opstellen waaruit zou blijken dat de kroonprins ten tijde van zijn daad krankzinnig was geweest. Dit om een begrafenis volgens katholieke riten mogelijk te maken. Rudolphs kleindochter Stéphanie van Windisch-Graetz stierf in 2005.

De reden van de zelfmoord kan uit het volgende afgeleid worden.

Am 26. Januar 1889 für 9 Uhr hatte Kaiser Franz Joseph seinen Sohn Rudolf zu sich befohlen. Die Kammerfrau der Kronprinzessin, Sophie Planker-Klaps, wußte später zu berichten, in welcher Verfassung Rudolf seinen Vater nach dieser Unterredung verließ: "Er sah fürchterlich verstört, geradezu verfallen aus, und die Hand, in der er den Generalshut hielt, zitterte sichtbar. Ich fragte den Kammerdiener Beck später, was denn geschehen sei, und hörte, daß der Kronprinz bei Seiner Majestät in Audienz war; es müsse etwas Schreckliches gegeben haben, denn der Kaiser solle gesagt haben: ''Du bist nicht würdig, mein Nachfolger zu werden.''

Zijn vader Franz Joseph Karl (Schloss Schönbrunn, Wenen, 18 augustus 1830 – aldaar, 21 november 1916) was van 1848 tot 1916 keizer van Oostenrijk en Apostolisch koning van Hongarije (na 1867 bekend als Oostenrijk-Hongarije). Hij was gehuwd met zijn nicht Elisabeth in Beieren, algemeen bekend onder haar bijnaam “Sisi”. Een bekende uitspraak van Franz Jozef was: "Mij blijft niets bespaard". En inderdaad want in 1914 werd zijn neef Frans Ferdinand, de nieuwe troonopvolger, eveneens vermoord. Mede naar aanleiding hiervan brak de Eerste Wereldoorlog uit. Frans Jozef was een keizer van de oude stempel, conservatief en een plichtsgetrouw staatsman. Hij was 83 jaar oud, en daarmee de oudste vorst van Europa, toen hij op 28 juli 1914 de oorlog aan Servië verklaarde. Toen Keizer Franz Jozef in 1916 zelf tenslotte overleed wist hij dat de oorlog verloren was en dat zijn rijk ook het einde naderde.

Bron en meer informatie:

De naam von Planker-Klaps vinden we ook terug in

Die Gothaischen Genealogischen Taschenbücher des Adels
Planker-Klaps, AB, 1917 St., 1929
AB = Adelige Häuser B

(Baron) Erwin von Planker-Klaps.
Kronprinz Rudolf.
Der vierzigste Jahrestag der Tragödie von Mayerling.

Neues Wiener Journal vom 27. I. 1920.

 

18:29 Gepost door Luc Klaps, Genk in Wie, wat Klaps? | Permalink | Commentaren (0) |  del.icio.us |  Facebook |

01-09-08

General Constantin Constantinescu-Klaps

Op het Romanian Military History Forum lezen we het volgend artikel.

The Romanian 4th Army in the Kalmuk Steppe
by Adrian Pandea

South of Stalingrad, in the Kalmuk Steppe, a baren land, lacking strong natural obstacles and supply sources, this is where the Romanian 4th Army, made up of two army corps and seven divisions, commanded by General Constantin Constantinescu-Klaps was deployed. The initial linear disposition, deprived of depth and reserves, had been articulated by the VI Romanian Army Corps.

The Romanian divisions had to defend a front of 270 km in width, stretching between Beketovkaa (Staraja Otreada) and Sarpa, each of them having been assigned very long sectors (ranging from 18 km - the 2nd Infantry Division up to 100 km - the 8th Cavalry Division). On November 20, the Romanian effectives amounted to 75,380 men, endowed with suffcient light weapons and artillery pieces but with utterly insufficient antitank cannons (255 pieces, out of which only 24 of 75 mm calibre, the only one that was efficient againat the Soviet tanks). Completely lacking big tank mechanized units, the 4th Army could not benefit by efficient support from the coalition partner either. The German Command had in the area only the 29th Mechanized Division whose location (at Verth-Taritzynski) was rather meant to cover the rear of the 6th German Army.

Although the Romanian Commands, the General Headquarters and Marshal Ion Antonescu interceded with the German command to make a surveying disposition with these forces (the only possible choice, taking into account the forces available there) and to strengthen the front with two German fast divisions, the allies could not make any relevant improvement of the situation.

Moreover, although the Romanian side had pointed to the importance of this battlefront in time and to that the enemy could easily intercept by a tank attack the railroad running between Kotelnikovski and Stalingrad, which was vital for ensuring the supplies of the 6th German Army, the information on the plans of the Soviet troops were scarce (unlike the situation in the Don River's Bend).

Another aggravating factor was the fact that the 4th Romanian Army, although reached Kotelnikovski as early as on September 27, was only invested with supply missions (starting from November 6), all the needs of the Romanian troops being communicated on very intricate paths (through the General Headquarters to the OKH, OKW or the "B" Army Corps and then to the 4th German Armoured Force), a state of things which impaired the unity of command.

Under those circumstances, the offensive launched by the Stalingrad Front (the 64th, 57th and 51st Armies, having at their disposal 4,931 artillery pieces, 455 tanks and self propelled cannon) took the Romanian forces and the German Command by surprise. The Russians delivered the main thrust on the front of the VI Army Corps and succeeded in making a breach at the junction of the 20th and 21st Infantry Divisions and another one at the junction of the 18th and 1st Infantry Divisions. As for the rest of the battlefront, it was only demonstrative actions that were undertaken initially. The extremely thin disposition, the lack of antitank armament and reserves resulted in the loss of Plodovitznoe after the very first day of fight, the annihilation of the 1st and 2nd Infantry Divisions and in the danger of encirclement for the 18th Infantry Division. Likewise, the liaison with the 20th Infantry Division was interrupted. General Constantin Constantinescu-Klaps thus commented the situation: "I have been on the front for three days and I realized that what happened was inevitable". On November 21, the Russians enlarged the breaches, directing their attacks to diverging directions towards Sovetski and Kotelnikovski. In response, the Command of the 4th Armoured Force ordered the Romanian forces to hold firmly "on the spot" and admitted only the intervention of the "General Radu Korne" Detachment in support of the 18th Division and what was left from the 1st and 2nd Infantry Divisions. The promised counterattack of the 29th Mechanized Division no longer took place, which resulted in more losses for the Romanian troops; they had to withdraw, thus loosing the localities Abganerovo and Tinguta.

On November 21, at 6.00 p.m., the 4th Romanian Army was entrusted the operational command of Romanian troops (including the 20th Infantry Division, connection with which was no longer restored, and the 16th German Mechanized Division, a solution which was useless and inefficient). General Hermann Hoth was to state that one mission was simply "thrown" on the back of the 4th Romanian Army. Besides, the Romanian Command was subordinated to the 4th Armoured Force.

On the night of November 21-22, 1942 the 18th Infantry Division and parts of the 1st and 2nd Infantry Divisions which were not allowed to withdraw to Aksai valley, were crushed. The Russians also attacked the front of the 4th Infantry Division and took hold of Malye Desbeti and Tundutovo. The "Korne" Detachement, which had to cover the inner flanks of the two Romanian Army Corps was also committed to battle and sustained heavy losses in men and combat material, being forced to withdraw.

It was only on November 23, when the Russians ceased their pressure from south-westward, contemplating to accomplish the encirclement of the 6th German Army, that the 4th Romanian Army managed to articulate a defence disposition in the Kotelnikovski area, deploying in the first line the less tried units, with some preserved combat capacity. The casualties suffered till that data were very heavy, amounting to 80 per cent in personnel and 90 per cent of the automatic armament as regarded the 1st, 2nd and 18th Infantry Divisions.

From those positions, on December 12, 1942 the Hoth "Group" triggered out the offensive for breaking the encirclement of the 6th German Army. The 4th Romanian Army was also engaged into that offensive and with the forces at its disposal (eight battalions, 15 squadrons) covered the flanks of the German armoured divisions. On December 23, when the German divisions reached at only 50 km from the 6th German Army's lines, the operation was cancelled. Starting from December 25, it was the Russian turn to counterattack, which brought the 4th Romanian Army into a new predicament; moreover, the 4th Armoured Force ordered it to hold the positions without withdrawing. The consequences were fresh losses (particularly the heavy artillery that had been spared in the first stage of the battles). It was only on December 30 that the German Command aproved the retreat south of Manitch of the remains of the 4th Army, that represented the ceasing of combat operations.

In January 1943, the 4th Army barely had 45,000 men which means that over November-December 1942 its casualties counted up to 30,000 men (without considering the march units which were also committed to the front). The disaster in the Kalmuk Steppe had as a main cause the incapacity of the German Command to manage the crisis resulted after the Soviet offensive started in Novernber. Besides, there was the objective situation of the Romanian troops at the moment they were engaged in battle (the occupied front, the density of troops and armament). Under those circumstances, the Romanian divisions could not do wonders, although they had been battle seasoned (at Harkov, on the Donets, in Crimea) and had been unanimously appreciated by the German Commands. Likewise, confrontation between the obstinacy of the German Command to demand the holding of positions in spite of the deliberate sacrifice of the Romanian troops (as General Hoth did in late December 1942) and the natural desire of the Romanian Staffs to save what could be still saved had dire consequences for the combat capacity and the morale of the Romanian troops.

Via internet hebben we ook nog deze informatie gevonden.

Constantin Klaps Constantinescu
b. 22 jun. 1911

Parliamentary activity in legislature 1990-1992

Member of the Chamber of Deputies
Constituency no.41 BUCURESTI
start of the mandate: 18 june 1990

Political party: PNTCD
National Peasant-Christian and Democratic Party

Parliamentary group:
Parliamentary group of the National Peasant Party - Christian and Democrat

Standing committees – joint
Committee for Foreign Policy 


Bucuresti

20:32 Gepost door Luc Klaps, Genk in Wie, wat Klaps? | Permalink | Commentaren (0) |  del.icio.us |  Facebook |